Het leven van een foodfestival-bezoeker gaat niet over rozen

Mocht je een van je vrienden zoeken in het weekend dat is de kans groot dat je een bericht ontvangt met: “Ik ben op het Kipfestival. Echt superlekkere kip! Kom je ook?” Of dat je op Facebook constateert: “Pietje voelt zich hongerig – op het Pizza en Pastafestival. Met een karig bordje pasta en #foodlovers!” Wat ooit een hip en schaars festijn was, is nu niet meer weg te denken uit de weekendtips van de lokale krant. Onlangs was ik sinds jaren weer op zo’n festival: Amsterdam Kookt. 

Waarom? Het is hartstikke gezellig hoor, met bandjes en wat vrienden, maar ik snap het gewoon niet. Allereerst: het eten. Toch niet geheel onbelangrijk lijkt mij. De porties zijn altijd karig. Past zo in je holle kies. Én als je dan wat bestelt, zwermen er direct vijf vrienden om je heen die even een stukje willen proeven. Weg maaltijd. Dan heerst er ook nog een sfeer van: “Je moet echt die Japanse swazibol met tofu en bimi proberen. Echt heerlijk.” Als je vervolgens net iets te lang bij de pizzatruck staat te loeren word je teruggefloten. “Geen pizza. Dat kan je echt óvérál eten!”

Ook wilde ik gewoon een klein snackje bestellen, voordat ik mij ging wagen aan een van de vele exotische maaltijden. Dat is er dus gewoon niet. Nergens is iets van een Hollands kaasblokje, pindaatje of ordinair bitterballetje te bestellen. Dan de wijn. Als je geluk hebt is er een wijntruck aanwezig, maar als je pech hebt drink je goedkope AH-wijn voor veel te veel geld. Dat drink je dan vervolgens ook nog uit een glazen bekertje. Heiligschennis ten top.

Oké. Nog twee punten en dan houd ik op. Je kan nooit eens ergens zitten! Alle biertafels zijn altijd overvol en mensen zitten op elkaar geprakt te eten. En als je dan een lege plek ziet, weet je ook direct waarom: daar is een Turkse groene aardappelsoep neer gekletterd. Ten slotte – en dit is iets wat gewoon mijn persoonlijke handicap is: eten met je jas aan (want mooi weer is het zelden). Ik kan dat gewoon niet. Ik weet me geen houding te geven, het wordt ongemakkelijk, het zit én staat niet lekker en ik knoei. 

Welke wijn?
Bolyki, 2015

Welke druif?
Merlot, Kékfrankos, portugieser, zweigelt, blauburger en cabernet franc

Gekocht bij?
De wijnproeverij van Autre Wino – gespecialiseerd in Oost-Europese wijnen

Snel naar huis dus, na zo’n foodavontuur. Tijd om lekker warm binnen te zitten, zonder keuzestress en met een lekker kaasje. En omdat het kan, niet omdat het moet, trek ik wel gewoon een exotisch wijntje open. Ditmaal de stierenbloed uit Hongarije. Een stevige en fruitige wijn, die vooral lekker is bij een flinke (vlees)maaltijd. Met de smaak van bosvruchten en een beetje peper doet íe mij weer beseffen dat thuis eten zo slecht niet is. Of gewoon lekker in een restaurant. Met bediening en een zitplek enzo.