AUTOPECH

Kijk, je hebt van die dagen dat je denkt: hoe krijg je het voor elkaar? Onlangs was het weer zo ver. Ik reed ik in mijn autootje van Amsterdam naar Soest, toen ik een vreemd geluid hoorde. Een soort flatssj. Een rare witte veeg op mijn voorruit. In de veronderstelling dat er precies boven mij een meeuw met een nare buikgriep vloog, deed ik mijn ruitenwissers aan om de gorigheid van mijn voorruit te wassen. Het had weinig succes. “Hardnekkige stront”, dacht ik nog. Eenmaal op plaats van bestemming werd het duidelijk. Dit was geen meeuw met buikloop, maar een flinke barst in voorruit, die – vraag me niet waarom – wit uitsloeg.

Dan heb je dus dat fijne bedrijf dat altijd heel subtiel uitlegt waarom een sterretje zoooo ontzettend gevaarlijk is. Die moet je dan bellen, want ze kunnen een hoop, maar ruiken dat je ruit stuk is, dat dan helaas niet. Daar begint het probleem bij mij, want ik weet wel duizend-en-één redenen te verzinnen waarom het nu nou nét níét uitkomt. Slaat nergens op, I know, maar het gebeurt gewoon.

Dit was geen meeuw met buikloop, maar een flinke barst in voorruit

Goed, uiteindelijk, onder lichte dwang, een afspraak gemaakt. De beste mensen komen gewoon langs om de voorruit te vervangen. Ideaal en nogmaals het besef dat dat getreuzel helemaal nergens op slaat. Afijn, aan het einde van de dag reed ik met een spiksplinternieuwe ruit naar huis. En serieus, zonder dollen, die avond nog rijd ik op de A1, en ineens zie ik vanuit mijn rechter ooghoek, zowat in slowmotion, een heel klein mini grijs rotsteentje op mijn auto afkomen. Zo vanuit de lucht. Zonder pardon. PATS. Sterretje. Alweer.

Maar omdat dit keer het sterretje geen barst werd, werden het aantal redenen om niet te bellen vertwintigvoudigd. Vakantie, geen zin, geen tijd. You name it, maar bellen ho maar. Tot kort daarna. Terwijl ik in mijn auto – met het sterretje – stil sta om links af te slaan, knalt een dikke zwarte Audi vol tegen mijn lieftallige witte Opeltje. God mag weten wat er allemaal stuk is aan die auto (de voorruit trouwens niet!!) maar ik weet alleen dat ‘ie total loss is verklaard. En dat bellen voor het sterretje van mijn to do lijstje af kan. En door de wasstraat halen trouwens ook.

Welke wijn?
Porta da Ravessa uit Portugal, Alentejo                             

Welke druif?
Roupeiro, Arinto en Fernão Pires

Gekocht bij?
Meegenomen uit Zuid Portugal

Om van de schrik te bekomen, maar gauw een wijntje. Maar om te voorkomen dat ik een kater de dag erna ga verwarren met een whiplash, kies ik voor het éénpersoonsflesje wijn uit Portgual. De druiven die de wijn maken klinken al zo exotisch dat er weinig mis aan kan gaan. Deze lichtgele wijn is een prima medicijn om de innerlijke mens weer tot rust te laten komen. Heerlijk fruitig, maar ook ‘groenig’. Het ruikt alsof je op een zomerse dag in het gras de voorbij vliegende wolken observeert. De smaak lijkt een beetje op de klassieke Verdejo’s, maar dan zonder dat muffige. Een fris aperatiefje. Het flesje was sneller op dan mij lief was overigens. Maar de dag erna kon ik honderdprocent zeker zeggen: geen kater. En geen whiplash. 

De druiven die de wijn maken klinken al zo exotisch dat er weinig mis aan kan gaan