Eten bij de Chinees

Manlief was jarig. En om dat te vieren ontstond het plan om uit eten te gaan. Nu ben ik de beroerdste niet en gaf hem de eer om een restaurant te kiezen. Die vraag werd beantwoord met een lange stilte. Die kan vast niet op de naam komen van dat ene nieuwe tentje met biodynamisch, linksomgedraaid voedsel uit de nabije omgeving, dacht ik nog. Want dat is altijd zo. Je denkt het hele jaar: daar wil ik een keer eten en zodra de gelegenheid zich voor doet kan je er niet meer op komen. Met als gevolg dat je weer naar het restaurant gaat waar je al tig keer bent geweest. 

Afijn, maakt niet uit. Ik liet ‘m lekker nadenken. “Ja”, zei hij glunderend. “Ik weet het. Ik wil naar die Chinees, tegenover het centraal station.” Goed, toen bleef het bij mij dus even stil. Elke Amsterdammer die dit leest, weet direct over welke Chinees ik het heb. Voor de niet-Amsterdammers onder ons: de Chinees tegenover het centraal is een potsierlijk drijvend paleis. Volledig in stijl. Zeg maar, de Van der Valk bij Breukelen, maar dan op het water. Toppunt van kitsch. Toppunt van lelijkheid én toppunt van toeristisch. In China ongetwijfeld prachtig, maar tussen de grachtenpanden is het ‘m toch net niet. 

De argumentatie luidde: “Ja, daar wil ik al zo lang heen. En iedereen kent het maar niemand is er ooit geweest.” Waarna ik dacht: jammer dat ‘ie nou uitgerekend deze wel heeft onthouden en jammer dat ‘ie iets kiest waar nooit iemand komt. Misschien heeft dat een reden? Ik zag een soort mega eetzaal voor me, helemaal leeg, met in het midden een keyboard waarop de huisartiest ‘My Heart Will Go On’ van Celine Dion pingelt. En dan niet in de pianostand, maar op de panfluitstand. Een aquarium met vijf trieste goudvissen en dan wij in het hoekje met babi pangang op ons bord.

En dus geschiedde. Met niet al te hoge verwachtingen stapten we op woensdagavond het drijvende megapaleis binnen. En je gelooft het of niet: bomvol. Super druk. Én gezellig. En geen keyboard. En toen het diner werd gereserveerd (nee, niet menu B met sambal, maar Dim Sum, eend en ossenhaas) viel ik bijna van mijn stoel. Het eten was heerlijk. En de service was bovengemiddeld goed. Manlief blijkt dus toch een soort alternatieve pionier te zijn als het gaat om het uitzoeken van restaurants. En ik had weer eens mijn lesje geleerd: niet zo vooringenomen zijn.

Welke wijn?
Vino Azul

Welke druif?
100% chardonnay

Gekocht bij?
Gekregen. Maar is te bestellen bij www.vinoazul.nl

Ik ben hardleers. Want ik kon het echt niet laten om vooringenomen te beginnen aan deze wijn. De kleur is felblauw. Denk Blue Curaçao of allesreininger. En de geur helpt vervolgens niet om je vooroordelen aan de kant te zetten. Want ik ruik voornamelijk die zoete besuikerde perziksnoepjes. In de verre verte een klein zuurtje. Ik dacht dat we een normale chardonnay gingen drinken… Toch is de eerste slok verrassend! In plaats van het zoet overheerst het zuur. En hij is best lekker fris. Ineens komen er groene appels, citroenen en een ‘prikkeltje’ naar boven. Perfect bij een zonnige dag. Al gauw merkte ik dat ik na een slok of 3 – 4 niet meer doorhad dat ik knalblauwe wijn aan het drinken was. En ik genoot er oprecht van. Vooroordelen, ze zijn echt nergens goed voor.